Zoeken
  • karlijnnooijen

Over wat een "drukke" manager haar te vertellen had...

Waar mag het vandaag over gaan? vraag ik


Wanneer een collega-manager het druk heeft voel ik me zo snel verantwoordelijk om daarin te helpen en te ontlasten. Ik ga meteen rennen en aan de slag. Voel me daardoor nuttig en ertoe doen én ik raak ook direct ingezogen. Ik ken dit ook privé daar gebeurd hetzelfde. Wanneer iemand me iets vraagt of niet eens vraagt maar ik zie dat iemand hulp kan gebruiken wil ik het zo graag oplossen.

Oké, en wat maakt dat je hier zelf een probleem van maakt?

Nou het kost me nogal wat. In plaats van haar verder te laten praten vanuit haar hoofd dat zo goed kan uitleggen, toelichten en duiden laat ik haar op de grond zichzelf en de betreffende collega (met wat kussens) neerleggen.

Schouder aan schouder komt in mij op als ik naar de grond kijk. Ze begint te huilen en geeft aan dat dit zo belangrijk voor haar is. En haar ook zo ontzettend uitput. Samen gaan verwarren met “als ik maar niet alleen hoef te zijn”. Samen als route én als vluchtheuvel van haar eigen gevoel. Om maar niet te hoeven voelen hoe het is. Ver weg van de herinnering aan hoe het ooit was. Nog liever mijn uiterste best doen om maar samen te zijn en niet afgewezen te worden dan het risico te lopen dat ik (er) alleen (voor) sta. Dit mechanisme heeft bijna 30 jaar goed gewerkt en de houdbaarheidsdatum lijkt in de buurt te komen.


Iets in haar wil niet meer. Überhaupt stil staan bij wat ze wil i.p.v. wat ze kan is een verschuiving. Haar wil klopt aan de deur. Zoals je zelf wellicht ook de nodige, genodigde en niet genodigde gasten voor de deur hebt (zien) staan.

Ondertussen staat ze met haar ongemak naar de kussens te kijken, te willen, te voelen, te verkennen. Inmiddels is het een drukte van kussens op de vloer. O.a. de route die ze zo kent (oplossen, please, fixen) en een route die wat meer lucht geeft. Haar hele lijf ontspant wanneer op die plek gaat staan.

En waar leg je “jezelf met de mogelijkheid dat de wereld om je heen niet samen met jou wilt zijn” neer?, vraag ik haar wanneer ze zowel ontspannen als alert en wat vragend naar mij staat te kijken. Iets in haar schrikt en iets

weet het direct. Ze legt een volgend kussen neer en beweegt stap voor stap naar haar eigen plek.


Ze ademt. Staat toe. Hier is het nieuw. Onwennig. Ik weet het hier niet. Dat klopt. Hier ken je het nog niet. Hier zijn geen routes en heb je nog geen repertoire. Hier is er wat er is. In het moment met heel je hebben en houden. Tegelijkertijd hoef én kan je ook nergens meer van weg. Ze kijkt in het veld waar ze onderdeel van uitmaakt en tranen lijken haar te overvallen. Blijf er maar bij. Dat is de eerste stap. Toelaten i.p.v. wegpraten of oplossen voor de ander.


Haar lijf komt tot rust en ze legt haar beide handen op haar onderbuik. Neemt een diepe teug adem en zegt dan: ik voel me zo schuldig naar mijn vader en ik zie precies wat ik in de dynamiek met hem doe als ik zo voor me kijk hier. Ik vraag haar alles in te ademen en loop naar de kast om de inmiddels laatste kussens uit de kast te pakken. Hierna zien we wel waar we mee werken, stoelen genoeg in deze ruimte;-)

Mijn vader is aan het dementeren en ik ben zo bang dat ik er niet genoeg voor hem ben. Terwijl ik hem aan het kwijtraken ben. Het werd stil in de ruimte.


Schuldig voelen deden we als (klein) meisje. Waar gaat dit schuldig voelen als volwassen vrouw over? vraag ik haar. Ze kijkt me aan en haalt opgelucht adem. Dit gaat over verantwoordelijkheid nemen hè? Ik knik en buig mijn hoofd tegelijkertijd.


Ze beweegt opnieuw naar haar eigen plek op de grond en spreekt uit. Naar zowel vader als moeder. Wat ze diep van binnen wil, wat haar plek is en wat ze daarmee niet (meer) voor hen wilt en kan doen. En hoeveel pijn dat tegelijkertijd op momenten doet. Hoezeer ze had gewild dat het anders zou zijn met haar vader. En hoezeer ze zichzelf weer als dochter opstelt in dit geheel.

Ik laat haar omdraaien. Daar staat ze met haar rug naar haar ouders toe. Dit voelt fijn en rustig hoor ik haar zeggen. Achter haar ouders nog een hele rij aan opa’s oma’s, voorouders. Ze draait over haar schouder en begint te praten. Tegen haar overleden oma. Ze deelt met haar, misschien wel voor het eerst in haar leven, wie zij is.


Ze kijkt nog één keer naar de andere plek die ze zo kende en zegt: wat was het alleen daar.


En nu terug naar de werkvloer. Alleen én meer zichzelf dan ooit.


Lieve groet en een buiging voor deze vrouw én het vak!


Karlijn Reis van de Held – in business

34 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven